De meeste LETSystemen proberen niet alleen particulieren te werven, maar ook maatschappelijke organisaties, overheidsinstellingen en/of bedrijven. Elk van deze categorieën heeft zo z'n eigen eigenaardigheden, wensen en mogelijkheden. Het kan je ruilkring veel goed doen, maar het kan ook veel tijd kosten. Probeer in alle gevallen ook te bedenken wat zij eraan zouden kunnen hebben.
Organisaties
Maatschappelijke organisaties hebben vaak allerlei capaciteit over, bijvoorbeeld een zaaltje dat maar twee avonden in de week wordt gebruikt, of een telefonist voor drie telefoontjes op een dag. Je kunt kijken hoe je daarvan gebruik kunt maken. Organisaties hebben ook veel netwerken waarvan je nuttig gebruik kunt maken. Denk aan kerken en aan milieu-organisaties.
Tip: Zoek geschikte maatschappelijke organisaties
Bed je ruilkring in in het maatschappelijke krachtenveld, door actief te zoeken naar maatschappelijke organisaties waarmee je raakvlakken hebt en waarbij je belang denkt te kunnen hebben. Hoe breder het draagvlak, hoe sterker je staat in geval van moeilijkheden. Je vergroot op deze manier meestal ook de diversiteit en kwaliteit van vraag en aanbod. Resultaat: meer handel, meer tevreden LETSers.
Tip: Een eigen plek door samenwerking
Zeker voor de ruilkringen die geen eigen kantoor hebben: probeer spreekuren en inschrijvingsmiddagen te organiseren in een laagdrempelige omgeving, zoals de plaatselijke bibliotheek, een leuk café of de kerk. Zo geef je LETS een gezicht binnen de gemeenschap.
Tip: Méér samenwerking
Als je samenwerkt met een plaatselijke vrijwilligerscentrale, een gilde of een andersoortige organisatie, kun je kosten besparen vanwege het gezamenlijk gebruik van de ruimte en de computer, telefoon en andere apparatuur. Verder kunnen jullie elkaar versterken door naar elkaar door te verwijzen, voor elkaar te bemiddelen, een gezamenlijk laag-drempelig inlooppunt te creëren en gemeenschappelijk PR te bedrijven.
Idee: Nóg meer samenwerking
In vrijwel alle ruilkringen worden de saldo-informatie en de vermeldingen door de deelnemers rondgebracht voor LETSeenheden. Als je toch aan het rondfietsen of -wandelen bent, kun je net zo goed de post voor andere organisaties rondbrengen. Ga dus naar de lokale verenigingen, zoals de middenstandsvereniging, de kerk of de hockeyclub. Die hebben vaak veel te bieden voor een ruilkring: een kopieermachine, computergebruik, werkruimte enzovoorts. Maak ze deelnemer van de ruilkring. En laat ze betalen voor het rondbrengen van alle post die geen haast heeft, zoals folders of het clubblad.
Overheden
Overheidsdiensten staan vaak best open voor LETS, als je ze maar op de goede manier benadert. Met sociale diensten moet je voorzichtig omgaan, maar samenwerking is goed mogelijk.
Kijk ook eens of je niet een ambtenaar van de milieu-afdeling of van Sociale of Economische Zaken kunt interesseren. Vaak hangt het hele beleid van een gemeente af van een enkele ambtenaar. Vind dus de goede!
Allerlei door de gemeente gesteunde instellingen kunnen goede ingangen bieden: buurthuizen, culturele centra, informatiepunten, kringloopwinkel, en vergeet ook scholen niet.
Tip: Werk samen met de sociale dienst
Treed in contact met beren en leeuwen. Sociale diensten moeten je partner zijn, niet je tegenspeler. Je hebt hetzelfde doel: betrekken van mensen bij de samenleving. Soms durven uitkeringsgerechtigden geen lid te worden of niet veel te handelen, want je weet maar nooit. Realiseer je dat veel gemeenten een beetje bang zijn. Ze durven hun hoofd niet boven het maaiveld uit te steken. Vertel ze dan bijvoorbeeld dat in Heerhugowaard de Sociale Dienst voor zijn cliënten de contributie voor het LETSysteem betaalt (de euro`s, niet de Waardjes). Door met de lokale sociale dienst duidelijke afspraken te maken wat betreft behoud van uitkeringen, sollicitatieplicht en LETS, ontkracht je de angsten die veel uitkeringsgerechtigden ervan weerhouden deel te nemen aan LETS. LETSlink heeft een voorbeeldbrief die je kunt versturen aan je plaatselijke sociale dienst.
Tip: Belastingen
In de deal met de belastingdienst is afgesproken dat particulieren belastingplichtig zijn over hun verdiensten in LETSeenheden indien er sprake is van een bedrijfsmatige activiteit. Bestaande bedrijven moeten sowieso belasting betalen over hun inkomsten in LETSeenheden. De belastingdienst vraagt daarvoor, voorlopig,euro`s (maar wie weet na wat juridische strijd LETSeenheden). De zonnige kant van de afspraak met de belastingdienst is, dat bedrijfsmatige kosten die zijn gemaakt in LETSeenheden kunnen worden opgevoerd als aftrekpost van de euro omzet.
Tip: Ruilwinkel Feijenoord
In Rotterdam-Zuid heeft de deelgemeenteraad het initiatief genomen voor een laag-drempelige, professionele Ruilwinkel. Het werkt in principe net als ieder ander LETSysteem, alleen presenteert de ruilwinkel zich als winkel. Je kunt er zo even binnen lopen om te ruilen. Er is een aantal mensen aangesteld om de ruilhandel in goede banen te leiden. De ruilwinkel Feijenoord is als experiment gestart in September 1997, en kan een stimulans zijn voor andere (deel-)gemeenten om iets dergelijks te doen.
De deelgemeente steunt het experiment, omdat ze het zien als bijdrage aan de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Of positief geformuleerd, als middel voor het verhogen van de sociale samenhang en de welvaart in de wijk. Dit zijn doelen die politici van allerlei pluimage (kunnen) onderschrijven.
Bedrijven
Bedrijven vereisen meestal een zakelijker aanpak. Desalniettemin doen er heel veel bedrijven mee, ook bij net gestarte systemen. Meestal gaat het om winkels. Dat is logisch, want via LETS kunnen die klanten trekken. Voor de deelnemers is het natuurlijk ideaal als winkels meedoen, maar hou wel in de gaten dat er niet alleen voor hen voordeel is, maar dat ook de winkeliers er voldoende baat bij hebben.
Voor de handel tussen bedrijven onderling lijkt LETS overigens (nog) niet zo geschikt.
Tip: Winkels in LETS
Een ruilkring kan proberen plaatselijke middenstanders op te nemen in de kring. Voor de deelnemers van de kring heeft dat vanzelfsprekend het voordeel dat het aanbod veel groter en aantrekkelijker wordt, zeker wanneer het basisbenodigdheden betreft. Voor de winkelier zijn er weliswaar op de korte termijn nog niet veel voordelen, maar op de (middel)lange termijn wel. Denk aan marketingvoordelen, klantenbinding, verkoop van onverkochte voorraden, omzetverhoging en verzekering van de afzet.
In Noppes doet een garagehouder mee die deels betalingen in Noppes aanvaard. Zijn vrouw, die een biologische boerderij leidt, gebruikt deze Noppes om oproepkrachten te betalen voor op het land.
Tip: Percentage in eenheden
Vraag aan de winkels en bedrijven om in eerste instantie een klein deel van de prijs te accepteren in LETSeenheden, bijvoorbeeld 10%. In een startend systeem is het voor een winkel nog moeilijk om de verdiende LETSeenheden te besteden. De winkelier zal de 10% dan ook vooral ervaren als de kosten voor het uitbreiden van zijn klantenkring. Wellicht, zal hij denken, zijn de LETSeenheden in een later stadium te gebruiken, maar mocht dat niet het geval zijn, dan is het risico voor hem aanvaardbaar.
Als winkeliers vervolgens merken dat zij in elk geval een deel van hun ruilinkomsten wel degelijk zinvol kunnen besteden, kun je proberen het aandeel LETSeenheden in de verkoopprijs te verhogen. Je moet dan op zoek naar een percentage waarbij de winkelier er zeker van is dat hij alle verdiende eenheden kan besteden of kan afschrijven als kosten voor het uitbreiden van de klantenkring. Als het percentage van de prijs dat in LETSeenheden kan worden voldaan stijgt, zal natuurlijk ook de vraag aantrekken. De winkelier en het systeem moeten op zoek naar een goede balans. Daarbij moet ermee rekening worden gehouden dat een winkelier altijd maar een beperkt deel van zijn onkosten in LETSeenheden kan voldoen. Voor de huur, zijn verzekeringen, de verwarming enzovoorts zal hij altijd euro`s moeten betalen en die euro`s moet hij verdienen met de verkoop van zijn producten. Alleen het verschil tussen de verkoopprijs en het aandeel daarin van deze kosten, kan in LETSeenheden worden geaccepteerd.
Maar een winkel heeft natuurlijk ook klanten die geen lid zijn van LETS. Als de winkelier de doelen van de ruilkring enthousiast onderschrijft, kan hij of zij er zelfs voor kiezen de prijs 100% in LETSeenheden te accepteren. De andere klanten dekken dan de eurokosten.
Barter
Als een ruilkring de handel tussen bedrijven wil stimuleren en het percentage dat in LETSeenheden kan worden voldaan wil vergroten, zijn er enkele aanpassingen wenselijk. LETSystemen zijn namelijk niet ze heel erg geschikt voor bedrijven. Zo is kleinschaligheid een belangrijk kenmerk van veel LETSystemen. Hierdoor is er meestal een beperkt aanbod van diensten, en helemaal van professionele diensten. Bedrijven zijn echter juist daarin geïnteresseerd. Daarnaast is ook de vraag van de particuliere deelnemers te beperkt om een rendabele bedrijfsvoering op te baseren. Bedrijven zullen dus altijd ook betalingen met regulier geld accepteren. Verder blijven kleine LETSystemen vaak in een subcultuur hangen, en hebben ze een zwakke onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid en (middel)grote bedrijven. Conclusie: als je `op zijn LETS' blijft organiseren is het moeilijk bedrijven bij je systeem te betrekken en bedrijven over te halen ook elkaar te betalen in eenheden. Je zult je moeten aanpassen.
Daarvoor hoeven we gelukkig niet het wiel opnieuw uit te vinden. Er bestaan al volop ruilkringen voor bedrijven en organisaties: de barterkringen zoals de WIR-wirtschaftsring in Zwitserland en de bartercard-systemen in Engeland en Amerika. Barter is bedoeld om bedrijven met elkaar te laten handelen in bartereenheden, zonder of met beperkt gebruik van regulier geld. Ze verschillen van LETS onder meer in de wijze waarop vraag en aanbod worden kortgesloten, in de doelen van de organisatie en in de verdeling van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden en de daarbij passende organisatievorm.
Idee: Gezamenlijke inkoop van materialen
Gezamenlijk inkopen van materialen verkleint het geldbedrag van een product. Een LETSysteem kan een coöperatieve inkoopvereniging beginnen. Deze inkoopvereniging kan kortingen bedingen bij de tussen- en detailhandel, omdat er in grotere hoeveelheden wordt gekocht. Vooral voor plaatsen waar veel bewoners een deel van hun boodschappen elders doen, is dit een aantrekkelijk idee. Doordat de koopkracht zo meer lokaal blijft is dit ook goed voor het milieu.









