Autorijden op plantaardige olie. Voor boeren in Honduras betekent dat drie vliegen in een klap: een nieuwe inkomensbron, goedkoper en schoner rijden.
Vroeger verdienden de boeren bijna niets met de verkoop van koffiebonen en suikerriet. De winst was voor de tussenhandel. Agro-industriële productie bleek de oplossing: zelf verwerken van koffiebonen tot koffie, van suikerriet tot suiker. Het nieuwste product komt van de vruchten van de palmboom: palmolie.
Op uitnodiging van STRO vertrok technisch natuurkundige en handige duizendpoot Ger Groeneveld naar Honduras om de mensen daar te laten zien dat auto`s prima op plantaardige olie kunnen rijden. Hieronder vertelt hij over zijn ervaringen.

Slaolie voor de oude Toyota
Ik word in de hoofdstad Tegucigalpa opgehaald door een man die een autoverhuurbedrijfje  runt. Later zal ik ook een van zijn auto’s onderhanden nemen.
Maar de eerste auto die ik nu aanpas voor gebruik van plantaardige olie,  is een pick-up Isuzu die wel heel intensief is gebruikt: 370.000 km. Het is een geluk dat de onderdelen in Honduras een stuk goedkoper zijn dan in Nederland. Ik kan de motor ombouwen, hoewel de oliedamp eerst zo dicht is, dat de olie niet goed doorstroomt. Maar na wat aanpassingen rijdt de Isuzu prima op plantaardige olie.
De volgende auto is een Toyota van STRO partnerorganisatie COMAL. COMAL-medewerker Alexis is enthousiast en rijdt direct naar de supermarkt om vier flessen plantaardige olie te kopen.
Ik doe ook nog een andere klus: een apparaat bouwen om gebruikte frituurolie te filteren. Die olie kan dan daarna gewoon de tank in.

Op reis
De dag erop vertrekken we met een paar reisgenoten naar de palmolie fabriek COAPALMA  in Tocoa in het noorden van Honduras. We rijden in de oude Isuzu. We halen plantaardige olie bij de COMAL winkel. Onze auto is er nu immers geschikt voor. De olie is oud, zo blijkt al snel. Er drijven verharde brokken vet in rond. We filteren de olie door wat lappen textiel. We rijden toch gewoon makkelijk weg op die oude olie. De verharde stukken laten we in het vat achter op de auto zitten. Die moeten dan later maar smelten.
Binnen een paar uur  zijn we in San Pedro Sula, de ‘meest technische stad van Honduras’. Als je naar een onderdeel zoekt, kun je het hier zeker vinden. En dat lukt ons dan ook.

Lekkere koffie met bananenbrood
De volgende dag komen we in Siguatepeque en gaan naar het kantoor van COMAL. We ontmoeten hier STRO’s  regionaal adviseur Koen de Beer.
COMAL is begonnen als distributienetwerk voor boeren, maar is inmiddels een handelsnetwerk dat werkt aan de opbouw van de regionale economie in o.a. Noord-Honduras.
COMAL boeren werken niet alleen samen met een eigen lokale munt, maar ook bij de agro-industriële productie. Zo  wordt suiker gebruikt om koffie te branden.
Op het COMAL kantoor proef ik van de koffie van branderij ‘Nueva Esperanza’ (De Nieuwe Hoop). Lekker! En de suiker van fabriek ‘El Milagro’ (Het Wonder) is ook prima. Het COMAL bananenbrood is een traktatie. Ik vraag me af hoe je dat vers naar de VS of Europa zou kunnen krijgen. Misschien kun je er een bake-off product van maken: even in de oven en dan klaar.

De monteurs leren snel
We reizen verder naar Tocoa. Hier staat de COAPALMA fabriek voor plantaardige olie. Naast de fabriek is een soort kwekerij waar kleine palmboompjes in potten staan. De productie is simpel: persen en filteren van vruchten van de palmboom. Ik wil uitzoeken welke olie het beste als brandstof kan worden gebruikt.
En natuurlijk moeten de transportauto’s van de fabriek ook aangepast worden. Bijvoorbeeld een Toyota, ook al weer zo’n oudje die zelfs meer dan 400.000 km heeft gereden. Ik laat de monteurs van COAPALMA de motor van onze Isuzu zien en de tekeningen ervan. En dat is voldoende. Ik hoef eigenlijk bijna niets meer te doen. De monteurs bouwen de Toyota zelf om. En die doet het uitstekend op palmolie. De monteurs hebben nu voldoende kennis in huis om ook de andere auto’s aan te pakken.

Twintig procent besparing moet lukken
Maar ik heb nog meer te doen bij de fabriek. Ze maken dan wel plantaardige olie, maar voor het productieproces gebruikt de fabriek ...aardolie!
Denk aan het verwarmen van de ovens, aandrijven van generatoren, persmachines en de waterpomp voor het besproeien van de jonge palmboompjes. Juist het gebruik van fossiele olie maakt het productieproces duur.
Ik onderzoek of daarvoor ook palmolie gebruikt kan worden. Chemisch gezien moet het kunnen. De ombouw blijkt bij de meeste machines technisch geen probleem te zijn. Ook de restwarmte kan veel effectiever worden benut. En de voorverwarming van stoommachines kan zelfs met pulp van de palmvruchten.
Volgens mij is een besparing van maar liefst 20% mogelijk. Maar dat moet dan wel grondig aangepakt worden, zodat de fabriek er zeg de komende dertig jaar weer mee verder kan.

En dit was nog maar het begin
Mijn bezoek gaat niet ongemerkt voorbij. Zo komt er een delegatie bezoekers uit de politiek langs. Een van de ministers ziet er wel iets in om alle regeringsauto`s te laten rijden op palmolie.
Ook geven we een persconferentie. Ik vertel en Koen vertaalt. De pers is enthousiast, maar hun verslagen waren niet altijd even accuraat, zo begreep ik later. Als ze nu maar niet gaan schrijven dat je 100% kunt besparen op energieverbruik!
En daarna is het tijd voor een feestje en een lekker etentje. De volgende dag vertrekken we. In december kom ik weer in Tocoa. Dan ga ik de dieselgeneratoren en de ovens aanpassen.
Terug in Nederland hoor ik dat de COAPALMA monteurs al een paar auto`s omgebouwd hebben.

Lees hier meer over COMAL